ALGEMEEN


'Onze kracht
schuilt
in het onzichtbare'

De brandweer blust en doet aan brandpreventie, de ambulancedienst vervoert gewonden, wat de politie doet is ook duidelijk – maar de taak van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) is minder bekend. René Menke, teammanager van GHOR Noord-Holland Noord, begrijpt wel hoe dat komt: “Onze kracht schuilt in het onzichtbare.”

Regisseursrol

Hij noemt zijn organisatie 'het witte crisisteam van de Veiligheidsregio'. “In tegenstelling tot bijvoorbeeld brandweer of politie zijn wij geen hulpdienst, maar een netwerkorganisatie. Bij grootschalige ongevallen, calamiteiten en rampen zijn wij als spin in het web verantwoordelijk voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening. Om die regisseursrol goed te kunnen vervullen, onderhouden we veel lijnen naar buiten, met name naar de 'witte kolom' die gevormd wordt door onder meer ziekenhuizen, huisartsen, het Rode Kruis, ambulancedienst, GGD, Slachtofferhulp en de ziekenboeg van de marine. Al met al hebben we wel met zeker dertig organisaties te maken. Een enorm achterland.”

"Aan brand wordt meestal wel gedacht, maar stroomuitval of problemen
met de watervoorziening kunnen ook zeer ernstige gevolgen hebben."

Voorbereiding

Bij een calamiteit moeten alle betrokken zorgorganisaties als het ware als één geheel optreden. Dat vereist niet alleen een goede aansturing ten tijde van zo’n calamiteit, maar ook een grondige voorbereiding. “De voorkant van de GHOR is investeren in relaties, in vertrouwen”, zegt René. “Zonder vertrouwen kun je in crisissituaties niet werken. Er gaat daarom veel van onze tijd en energie zitten in het werken aan dat vertrouwen, aan elkaar kennen, vinden en begrijpen. Toen ik bijna drie jaar geleden bij de GHOR kwam, was onze kerntaak nog opleiden, trainen, oefenen. Dat doen we nog, dat is het zichtbare deel van ons werk. Maar het is niet de essentie. Die is verbinden, lijntjes leggen. Inmiddels koersen we dan ook meer op netwerken, op regie en ambassadeurschap.”

Partners

Naast de acute zorgpartners heeft de GHOR te maken met de care zorgpartners, zoals verpleeg- en verzorgingsinstellingen, gehandicaptenzorg en thuiszorg. Ook hier wordt geïnvesteerd in 'kennen en gekend worden'. “En uiteraard doen we aan bewustwording. Aan brand wordt meestal wel gedacht, maar stroomuitval of problemen met de watervoorziening kunnen ook zeer ernstige gevolgen hebben voor kwetsbare en zorgafhankelijke mensen.” Net als bij de acute zorgpartners adviseert en faciliteert de GHOR ook de care organisaties desgewenst bij het opstellen van hun eigen crisisplannen.

Slimmer organiseren

René Menke, die met zijn achtergrond als jurist en manager in 'gemeenteland' steeds meer interesse kreeg in veiligheid, stapte tien jaar geleden over naar het management van de Veiligheidsregio, toen nog met name brandweer. Na zeven jaar werd hij teammanager GHOR. Sámen optrekken is zijn adagium. “Niet alleen met partners en andere organisaties in de regio, maar ook bovenregionaal met andere GHOR-bureaus. We kunnen veel van elkaar leren. Ik vind het belangrijk om processen slimmer te organiseren en niet alleen vanuit protocollen en wetteksten te denken. We moeten niet vergeten dat we ambassadeurs en netwerkers zijn. Protocollen en convenanten zijn wat de GHOR betreft vooral vehikels om met elkaar in contact in te komen, om elkaar te helpen.”

GHOR-bureau

Het GHOR-bureau bestaat uit elf personen – “pure professionals en ware regie- en organisatietalenten”, aldus de teammanager – met ieder eigen taken zoals het contact met de ketenpartners, het adviseren van gemeenten bij evenementen, planvorming, OTO (opleiden, trainen en oefenen) en onderzoek en analyse. Een cruciale taak voor de GHOR is het in stand houden van de witte crisisorganisatie die bij buitengewone omstandigheden in actie komt.

“Het blijft vreemd en dubbel. Je bereidt je voor op
iets waarvan je hoopt dat het niet zal gebeuren.”

Crisisorganisatie

“Het blijft vreemd en dubbel”, vindt René. “Je bereidt je voor op iets waarvan je hoopt dat het niet zal gebeuren.” Zelf is hij een van de algemeen commandanten van de geneeskundige tak. Heeft hij dienst, dan is hij een van diegenen die door de meldkamer worden opgepiept. “Ik zie mezelf dan als witte chef op afstand. De witte chef in het veld is de OvDG, de officier van dienst geneeskundig. Die is vaak al in een eerder stadium gealarmeerd en op de plek van de calamiteit met zijn of haar klus begonnen. Meestal in nauwe samenwerking met brandweer, politie en gemeenten. De OvDG's zijn de kurken van de crisisorganisatie. Zij maken in het veld het verschil.”


De GHOR verzorgt de werving en selectie van de crisisfunctionarissen. “We zorgen voor de opleiding, voor goede materialen en voor evaluaties na de inzet, zodat we kunnen leren van wat er is gebeurd. Per jaar wordt de crisisorganisatie in onze regio gemiddeld tachtig keer ingezet. Vaak voor kleinere calamiteiten. We oefenen veel. En ja, dat kost nogal wat, aan geld en capaciteit. Maar als er wel iets gebeurt, moet je er zijn. Dat is de zekerheid waar we in Nederland voor staan.”